LMCD - Verloop van de ziekte

Biotine wordt ook met vitamine B8 of vitamine H aangeduid. Biotine is de cofactor van vier verschillende carboxylasen, die elk belangrijke functies hebben in de eiwit-, vetzuur- en koolhydraatstofwisseling. Bij normale individuen wordt biotine door biotinidase gerecycleerd.

Biotine bij de pasgeborene is afkomstig van de moeder. Depletie van deze vitamine kan al enkele dagen na de geboorte optreden, maar de symptomen kunnen na een zeer wisselend symptoomvrij interval verschijnen.

Het dieet brengt weinig biotine aan. De belangrijkste voedingsbronnen zijn dierlijke producten, voornamelijk lever en nieren. De productie van biotine in de darm door de microbiële flora is slechts voor een klein aandeel in de dagelijkse aanvoer van deze vitamine verantwoordelijk. Vandaar de noodzaak aan continue recyclage ter voorkoming van deficiënties.

Deficiëntie van het enzym biotinidase leidt tot een tekort aan biotine, en geeft aanleiding tot een ernstige stofwisselingziekte, namelijk een multipele carboxylase deficiëntie. De kliniek wordt gekenmerkt door therapieresistente convulsies, huiduitslag (seborrheïsch eczema), conjunctivitis, kaalheid (tot totale alopecie), ataxie, ontwikkelingsachterstand en andere neurologische afwijkingen en een ernstige mentale retardatie. Er is slechts geringe gewichtstoename. Vaak hebben de zuigelingen met deze ziekte last van chronische infecties door Candida albicans. Een belangrijk symptoom is een stridor of luidruchtige-piepende ademhaling.

De patiënten met het defect vertonen een sterk verhoogd melkzuur, een keto-acidose en organische acidurie, dat veroorzaakt wordt door deficiënte activiteit van biotineafhankelijke carboxylase enzymen: propionyl- en acetyl-CoA carboxylase, pyruvaatcarboxylase en 3-methylcrotonyl CoA-carboxylase. De deficiënte activiteiten kunnen leiden tot irreversibele neurologische beschadiging en zelfs tot de dood. De eerste biochemische afwijkingen worden gevonden in cerebrospinaal vocht daar de hersenen zeer gevoelig zijn aan biotine-deficiëntie. De biochemische afwijkingen (melkzuur en organische zuren) komen eerst in het lumbaal vocht voor en slechts laattijdig in de urine (en bloed). Een deficiënte werking van pyruvaat carboxylase geeft aanleiding tot hoge concentraties aan melkzuur dat de hersenen beschadigt en aanleiding geeft tot neuronaal verlies en witte stof laesies (leucoencephalopathie). De MRI afwijkingen zijn te vergelijken met een ziekte van Leigh (beschreven bij mitochondriale energiestofwisselingsziekten).

Laattijdige diagnose en behandeling leidt tot irrreversibele neurologische schade, in het bijzonder sensorineurale doofheid, visusstoornissen, door aantasting van de oogzenuw, en ataxie.